Een schilderij met een ziel: Rubens' persoonlijke ode aan zijn vader en zijn jeugd.

Podcast: Maria Pijpelinckx E9:

In 1637 bestelt Eberhard IV Jabach, een vermogende Keulse patriciër, financier en een belangrijk kunstverzamelaar, het altaarstuk bij Rubens ter nagedachtenis aan zijn vader Eberhard IIII, een succesvol zakenman was en oorspronkelijk in Antwerpen was geboren en gedoopt. Rubens reageert diep ontroerd vanwege zijn jeugdherinneringen aan Keulen.
Rubens kiest de Kruisiging van Petrus vanwege zijn eigen geboorte net voor Petrus en Paulusdag? Voor hem was het heel symbolisch omdat hij Keulen en de kerk heel goed kende "Ick ben seer geaffectioneerdt noor de stad Ceulen, om dat ick aldaer ben opgevoed tot het thienste jear mijns levens". Ook zijn vander Jan Rubens lag er begraven sinds 1587. Hij kiest voor een monumentaal werk, het is 310 cm hoog bij 170 cm breed.

De oude Rubens gaat aan de slag, maar overlijdt in mei 1640 voor het doek af is. Het wordt tenslotte uit zijn atelier aangekocht door de erfgenamen van Jabach voor 1.200 gulden en in 1642 op het hoogaltaar in de kerk geplaatst. Daar blijft het tot de Fransen revolutionaire troepen het werk in beslag en overbrengen het naar het Louvre in Parijs.
Na de nederlaag van Napoleon bij Waterloo bepalen de geallieerden in het Verdrag van Parijs dat al het geroofde erfgoed moet worden teruggegeven.
De 29-jarige Keulse dichter, jurist en Pruisische officier Eberhard von Groote werd aangewezen om namens Rijnregio naar Parijs te reizen. Hij had een duidelijke opdracht: het verloren erfgoed opsporen en terughalen.
In het Louvre In Parijs trof Von Groote een chaotische en vijandige sfeer aan. De Franse museumconservatoren probeerden de restitutie met alle mogelijke vertragingstactieken tegen te houden. Von Groote liet zich echter niet vermurwen: gewapend met de geallieerde restitutie-eisen verschafte hij zich rechtstreeks toegang tot de zalen van het Louvre.
Hij spoorde het monumentale doek op, haalde het eigenhandig van de wand, liet het voorzichtig van het spieraam halen en oprollen voor transport.
In oktober 1815 keerde het schilderij per zwaar bewaakte koets terug naar Keulen. Het onthaal was naar verluidt historisch. Zelfs Goethe schreef er over!
Het schilderij werd tussen 2019 en 2022 uitvoerig gerestaureerd, in situ zelfs. Het simultaan gevoerde wetenschappelijk onderzoek wees uit dat Rubens, ondanks zijn grote atelier en zijn hevige jichtaanvallen in zijn laatste levensjaren, ongewoon veel eigenhandig aan dit specifieke schilderij heeft gewerkt. Waar veel andere late werken voor een groot deel door assistenten werden gemaakt, beschouwde de meester dit Keulse doek als een hoogst persoonlijke uitdaging en erfenis. Sinds 2022 hangt het weer in volle glorie in de Keulse Jezuïtenkerk.
Bronnen:




Opmerkingen