• gids53

Fort van Stabroek, van polderakker tot pantserfort: hoe het begon.

Vlog Discover Stabroek @ Home: Aflevering 6: https://youtu.be/TzEEq-QYFvw


Het verhaal van het Fort van Stabroek begint bij de Belgische onafhankelijkheid. Nadat deze laatste is gerealiseerd in 1830-31, stellen de grote Europese mogendheden zich militair garant voor het nieuwe, militair neutrale land. België is klein, het heeft een geringe populatie en bijgevolg een klein leger. Het was ook al lang bekend dat het grondgebied ervan zeer moeilijk te verdedigen viel door het gebrek aan natuurlijke barrières en hulpmiddelen. Bijgevolg zouden de grootmachten, met Engeland en Frankrijk op kop, België komen bijstaan in de strijd tegen een eventuele agressor. Het Koninkrijk der Nederlanden zou reeds snel deze neutraliteit van België schenden. Nadat het militaire treffen tussen beide landen was beslecht in het Verdrag van Londen van 1839, groeide in BelgIë het besef dat, als men onafhankelijk wil blijven, deze laatste zou moeten verdedigd worden met de wapens.

Reduit Antwerpen en de 2 verdedigingslinies

Uiteindelijk besliste men tot de uitbouw van een militaire egelstelling met Antwerpen als ‘laatste stand- of schuilplaats’ of Nationaal Reduit. De koning, zijn leger en de regering zouden terugvallen binnen het Reduit om van daaruit zolang mogelijk stand te houden en een bevriende mogendheid de tijd te geven een ontzettingsleger te ontplooien

in België. Omdat men de grootste dreiging uit Frankrijk verwachtte, werden er 2 extra verdedigings-linies voorzien ten zuiden van het Reduit (de linies Luik-Namen en Diest-Gent), waarop het Belgische leger geordend kon terugtrekken indien nodig. De redenen waarom men destijds voor een Antwerps Reduit koos waren vooral van praktische en tactische aard. Antwerpen lag verder van Frankrijk dan Brussel, de Schelde was makkelijk te verdedigen (goedkoper door minder troepen) en de haven, belangrijke hub op het vasteland voor de wereldmacht Engeland, zou door deze laatste nooit worden opgegeven!


Uiteindelijk zou men de Stelling Antwerpen bouwen volgens het concept van kapitein Alexis Brialmont. Hij baseerde zich voornamelijk op de ideeën van de Franse 18e eeuwse Markies de Montalembert, die het polygonale verdedigingsstelsel bedacht, waarbij de oude bastions rond steden werden vervangen door een gordel van elkaar ondersteunende forten die verder van de stad werden ingeplant, om zo de vijandelijke granaten weg te houden. Een verdedigingsmuur rond de stad diende dan vooral om doorgebroken vijandelijke troepen van op korte afstand te bekampen. Het startschot voor de Antwerpse Brialmontstelling werd in 1859 gegeven; 5 jaar later, in 1864 was ze grotendeels gerealiseerd. Een 11 kilometer lange aarden wal op baksteen verbond, via Berchem en Borgerhout, het nieuw gebouwde Noordkasteel (ter bescherming van de Schelde) en de oude Spaanse Citadel op het Zuid met elkaar. Bovenop kwam er een

Brialmontvesting met Omwalling en 8 Forten

een palissade die de verdedigers de nodige bescherming moest bezorgen. De stad werd eensklaps 6 maal groter en de oude Spaanse Vesten konden worden geslecht. Toegang tot de stad verkreeg men via 18 poorten, waarvan er vele een monumentaal karakter hadden. Aan de voorzijde van deze polygonale omwalling lag er een diepe droge én natte gracht. Het noorden van de stad zou worden verdedigd door een inundatiezone.

Op 3 tot 4,5 km buiten de gordel voorzag men 8 bakstenen forten om de strategisch belangrijke punten rond Antwerpen te verdedigen. Ze werden genummerd van 1 tem 8. Ze lagen op 2 km van elkaar en waar nodig werden de ruimten tussen de forten verder opgevuld met een 3-tal schansen. Om het troepentransport te vergemakkelijken bouwde men een militaire weg die de 8 forten aan de binnenzijde met elkaar verbond. Op enkele kleine details na, zijn de 8 forten identiek aan elkaar: ze hebben een typisch 19e-eeuws polygonaal grondplan binnen een brede ringgracht en ze zijn volledig opgetrokken uit baksteen. De bouw van zowel de Grote Omwalling als de Brialmontforten werd in een record tempo gerealiseerd: de Compagnie des Matériels de Chemin de Fer moest de klus klaren op 4 jaar tijd. Tussen 1860 en 1864 was Antwerpen één grote bouwwerf, want men werkte overal tegelijk. Onder leiding van de Belgische Genie waren er meer dan 13.000 arbeiders dagelijks in de weer, van ‘s morgens 5 uur tot ‘s avonds 19 uur. De helft van hen waren militairen. Men schat dat de grondwerkers meer dan 13.000.000 kubieke meter grond hebben verzet. Om de metselaars van de massa bakstenen - nodig voor zowel de forten als de Omwalling - te voorzien, kocht men oude steenbakkerijen op of werden er nieuwe opgericht. Nieuwe zandgroeven moesten de grondstoffen leveren voor stenen en mortel. Zo werden er in Kalmthout en Heide een aantal groeven opengesteld. Om al dat materiaal ter plaatse te krijgen, werden er nieuwe (spoor)wegen aangelegd en het Kempens Kanaal en de Schelde werden voorzien van nieuwe loskades. De economische impact van de Brialmontvesting is enorm geweest. Vanaf het begin kwam er veel verzet tegen de plannen van de modernisering van het Reduit. Het verzet van de Sinjoren leidde rechtstreeks tot de oprichting van de Meetingpartij in 1862. Uiteindelijk bekomt ze een versoepeling van de militaire wurggreep op de stad en de demilitarisering van de Omwalling vanaf 1913, dus nog net voor het uitbreken van WOI.


Bronnen:

VAN DESSEL J., Het Fort Ertbrand en zijn omgeving in Kapellen. 100 jaar militaire geschiedenis, natuurbeheer en toerisme, Kapellen, 2019, p.2-6.



28 keer bekeken

© 2019 Gids 53. Alle rechten voorbehouden.